Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:2170

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2016
Publicatiedatum
22 september 2016
Zaaknummer
15/01151
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet verplichte deelname in bedrijfstakpensioenfonds 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt dat werkgeefster onder Metaalindustriepensioenfonds valt zonder terugwerkende premieafdracht

Deze zaak betreft een geschil over de verplichte deelname van een werkgeefster aan het bedrijfstakpensioenfonds voor de Metaalindustrie. Eerder had het hof bepaald dat de werkgeefster onder dit pensioenfonds valt, maar dat zij niet met terugwerkende kracht premies hoeft af te dragen.

Metaalfondsen c.s. stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, terwijl Geleiderail voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde. Bouwdiensten was niet verschenen en verstek is verleend. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten, waaronder het arrest van 27 mei 2011, en het arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 december 2014.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat deze geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het incidentele beroep komt daardoor niet aan de orde. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt Metaalfondsen c.s. in de proceskosten.

Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissing dat de werkgeefster onder het pensioenfonds valt, maar zonder terugwerkende premieafdracht, waarmee duidelijkheid is verschaft over de toepassing van de Wet verplichte deelname in bedrijfstakpensioenfonds 2000 in deze context.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de werkgeefster onder het pensioenfonds valt zonder terugwerkende premieafdracht.

Uitspraak

23 september 2016
Eerste Kamer
15/01151
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. STICHTING PENSIOENFONDS METAAL EN TECHNIEK,
2. STICHTING VERVROEGD UITTREDEN METAAL EN TECHNIEK,
3. STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS VOOR HET METAALBEWERKINGSBEDRIJF,
4. STICHTING SOCIAAL FONDS METAAL EN TECHNIEK,
5. N.V. SCHADEVERZEKERING METAAL EN TECHNISCHE BEDRIJFSTAKKEN,
6. STICHTING WERKGELEGENHEIDSFONDS METAAL EN TECHNISCHE BEDRIJFSTAKKEN,
7. MN SERVICES N.V.,
gevestigd te Den Haag (partijen sub 1-5 en 7) respectievelijk Rijswijk (partij sub 6),
EISERESSEN tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.W. Scheltema,
t e g e n
1. TUSSENDIEPEN B.V.
(eerder genaamd BAM Geleiderail B.V.),
gevestigd te Bunnik,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,
2. APG DIENSTEN B.V.
(eerder genaamd Cordares Diensten B.V. en SFB Diensten B.V.),
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Metaalfondsen c.s., Geleiderail (verweerster onder 1) en Bouwdiensten (verweerster onder 2).

1.Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in deze zaak van 27 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0010, NJ 2011/258;
b. het arrest in de zaak 200.100.261/02 van het gerechtshof Den Haag van 2 december 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben Metaalfondsen c.s. beroep in cassatie ingesteld. Geleiderail
heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen Bouwdiensten is verstek verleend.
Metaalfondsen c.s. en Gelderail hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor hen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping in het principale beroep.
De advocaat van Metaalfondsen c.s. heeft bij brief van 1 juli 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Metaalfondsen c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Geleiderail begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van Bouwdiensten begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
23 september 2016.