Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaringen en bewijsvoering
en/of
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Slotsom
6.Beslissing
9 februari 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor diefstal met braak, bedreiging met geweld en heling van een motorfiets. De feiten betreffen een overval op een juwelier waarbij een vitrine werd ingeslagen en sieraden werden gestolen, met bedreiging van omstanders met een vuurwapenachtig voorwerp. De verdachte en zijn mededaders vluchtten op een scooter die later werd teruggevonden met bloedsporen van de verdachte in een tas met de buit.
De verdediging voerde aan dat het bloed in de tas mogelijk niet vers was en dat de verdachte een alternatieve verklaring had gegeven voor de aanwezigheid van zijn bloed, namelijk een eerdere verwonding bij het sleutelen aan een scooter. Het hof verwierp deze verklaring als onvoldoende aannemelijk.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft dat het bloed in de tas het gevolg was van een verwonding tijdens de diefstal. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de motorfiets wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.