ECLI:NL:HR:2016:2116

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2016
Publicatiedatum
16 september 2016
Zaaknummer
15/01833
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in geschil over aannemingsovereenkomst en faillissement

In deze zaak stond een geschil centraal over de afrekening na ontbinding van een aannemingsovereenkomst waarbij sprake was van meerwerk en onderaannemers. De aannemer was failliet verklaard, waarna de curator de belangen behartigde. EBW Installatietechnieken B.V. stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten in de zaak en stelde vast dat het cassatieberoep niet ontvankelijk was omdat de aangevoerde klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die relevant zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, hetgeen door de Hoge Raad werd gevolgd.

De Hoge Raad veroordeelde EBW in de kosten van het cassatiegeding, maar stelde deze nihil aan de zijde van de curator. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Snijders en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer De Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van EBW wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

16 september 2016
Eerste Kamer
15/01833
LZ/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
EBW INSTALLATIETECHNIEKEN B.V.,
gevestigd te Almere,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Jong van Lier,
t e g e n
Pieter Tijmen PEL, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als EBW en de curator.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/06/78215/HA ZA 06-577 van de rechtbank Gelderland van 4 oktober 2006, 19 november 2008, 11 februari 2009, 21 juli 2010 en 17 april 2013;
b. de arresten in de zaak 200.132.425 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 januari 2014 en 16 december 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 16 december 2014 heeft EBW beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen de curator is verstek verleend.
De zaak is voor EBW schriftelijke toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van EBW heeft bij brief van 26 mei 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt EBW in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
16 september 2016.