ECLI:NL:HR:2016:2048

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2016
Publicatiedatum
9 september 2016
Zaaknummer
15/01976
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:162 BW
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afbreken onderhandelingen met overheidslichaam zonder onrechtmatige daad

In deze zaak stond centraal of het afbreken van onderhandelingen door een overheidslichaam jegens Recreatiepark Kinselmeer kon worden aangemerkt als een onrechtmatige daad. De rechtbanken en het gerechtshof hadden eerder geoordeeld over de rechtmatigheid van het handelen van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Kinselmeer stelde dat het Hoogheemraadschap onrechtmatig had gehandeld door de onderhandelingen af te breken zonder dat vooraf duidelijke voorwaarden of voorbehouden waren gemaakt. Het gerechtshof Amsterdam had echter het standpunt van het Hoogheemraadschap bevestigd en het beroep van Kinselmeer verworpen.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Kinselmeer verworpen omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van het Hoogheemraadschap werd daardoor niet behandeld.

De Hoge Raad veroordeelde Kinselmeer tot betaling van de proceskosten in cassatie. Het arrest bevestigt dat het afbreken van onderhandelingen door een overheidslichaam zonder voorafgaand voorbehoud niet snel als onrechtmatig kan worden beschouwd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Recreatiepark Kinselmeer wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

9 september 2016
Eerste Kamer
15/01976
EE/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
RECREATIEPARK KINSELMEER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. G.R. den Dekker,
t e g e n
de publiekrechtelijke rechtspersoon HOOGHEEMRAADSCHAP HOLLANDS NOORDERKWARTIER,
zetelende te Heerhugowaard,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Kinselmeer en het Hoogheemraadschap.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 137957/HA ZA 12-217 van de rechtbank Alkmaar van 31 oktober 2012 en van de rechtbank Noord-Holland van 10 juli 2013;
b. het arrest in de zaak 200.139.460/01 van het gerechtshof Amsterdam van 18 november 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Kinselmeer beroep in cassatie ingesteld. Het Hoogheemraadschap heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor het Hoogheemraadschap mede door mr. R.L. de Graaff.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het principale beroep.
De advocaten van Kinselmeer hebben bij brief van 10 juni 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Kinselmeer in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
9 september 2016.