ECLI:NL:HR:2016:1921

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 augustus 2016
Publicatiedatum
12 augustus 2016
Zaaknummer
15/05976
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2009. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is echter niet voldaan.

Na een herinnering en verzoek tot opgave van redenen voor het niet betalen van het griffierecht, heeft belanghebbende aangevoerd dat hij onvoldoende financiële capaciteit heeft om het griffierecht te betalen. Dit is echter niet tijdig gemeld en voldoet niet aan de criteria voor betalingsonmacht zoals vastgesteld in eerdere jurisprudentie.

De Hoge Raad oordeelt dat het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er zijn geen gronden voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Schaap, Groeneveld en Van Hilten en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

12 augustus 2016
nr. 15/05976
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 24 november 2015, nr. AWB 14/801, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 22 januari 2015 betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2009 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 3 februari 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL op 8 februari 2016 is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres in [Q], gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 27 mei 2016 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. In reactie hierop schrijft belanghebbende dat zijn financiële capaciteit op dit moment onvoldoende is om het griffierecht te kunnen betalen. Voor zover dit moet worden opgevat als een beroep op betalingsonmacht, heeft belanghebbende niet voor het einde van de gestelde betalingstermijn aan de griffier kenbaar gemaakt dat hij voldoet aan het criterium voor betalingsonmacht zoals weergegeven in onderdeel 2.3.3 van het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2015, nr. 14/05176, ECLI:HR:NL:2015:354, BNB 2015/197.
Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 19 juni 2016 voor het overige aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2016.