ECLI:NL:HR:2016:1871

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2016
Publicatiedatum
1 augustus 2016
Zaaknummer
14/06338
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10a lid 1 onder 3 OpiumwetArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake voorbereidingshandelingen opzettelijk verstrekken cocaïne

De verdachte werd in hoger beroep door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor voorbereidingshandelingen gericht op het opzettelijk verstrekken en vervoeren van 400 gram cocaïne. Het hof baseerde zijn oordeel op het maken van een telefonische afspraak en het voorhanden hebben van de drugs.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, met als argumenten opgenomen in de schriftuur van zijn raadsman. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en benadrukt het belang van art. 81 RO Pro in cassatieprocedures. De uitspraak onderstreept dat voorbereidingshandelingen, zoals het maken van afspraken en het bezit van drugs, voldoende kunnen zijn voor een veroordeling voor het voorbereiden van het opzettelijk verstrekken van verdovende middelen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt bekrachtigd.

Uitspraak

5 april 2016
Strafkamer
nr. S 14/06338
NA/ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 9 december 2014, nummer 23/004937-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1..Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.R.A.R. Sitaldin, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2..Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3..Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 april 2016.