ECLI:NL:HR:2016:17

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 januari 2016
Publicatiedatum
12 januari 2016
Zaaknummer
15/01127
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 410 SvArt. 416 SvArt. 434 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 12 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens onjuiste rechtsopvatting over appelschriftuur

De verdachte werd door de Politierechter bij verstek veroordeeld voor vernieling tot een geldboete van €250, subsidiair 5 dagen hechtenis. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat verdachte geen schriftuur met inhoudelijke grieven had ingediend en mondeling geen bezwaren had opgegeven. De enkele schriftelijke opgave dat verdachte wegens verhuizing niet op de hoogte was van de zitting werd niet als grief beschouwd.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof hiermee een onjuiste rechtsopvatting had aangenomen. Volgens vaste jurisprudentie hoeft aan de appelschriftuur geen hoge eisen te worden gesteld en kan ook een eenvoudige schriftelijke opgave van redenen voor hoger beroep als grief worden aangemerkt. De enkele opgave van de verhuizing en het niet op de hoogte zijn van de zitting moest daarom als grief worden beschouwd.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Hiermee wordt de verdachte alsnog in de gelegenheid gesteld om zijn grieven te laten beoordelen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was tot verwerping van het cassatieberoep, maar de Hoge Raad volgde dit niet. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 12 januari 2016.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.

Uitspraak

12 januari 2016
Strafkamer
nr. S 15/01127
ARA/SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 maart 2014, nummer 20/001295-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.M. Kurvers, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.
2.2.1.
De verdachte is door de Politierechter in de Rechtbank Maastricht ter zake van - kort gezegd - vernieling bij verstek veroordeeld tot een geldboete van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis. De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en heeft daartoe het volgende overwogen:
"Gelijk de advocaat-generaal in zijn vordering is het hof van oordeel dat het door verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk is, nu verdachte na het instellen van het hoger beroep noch een schriftuur houdende inhoudelijke grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden. Het hof beschouwt de enkele schriftelijke opgave van verdachte dat hij wegens een verhuizing niet op de hoogte was van de zitting in eerste aanleg niet als een inhoudelijke grief waardoor het hof zich genoodzaakt zou zien om de zaak inhoudelijk te behandelen."
2.2.2.
Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een appelakte met daaraan gehecht een formulier "Hoger beroep".
Voormeld formulier is voorzien van de volgende aanhef:
"Dit betreft een standaardformulier waarop u grieven tegen het vonnis en/of redenen voor het instellen van hoger beroep kunt weergeven (art. 410 lid 1 en Pro lid 4 Wetboek van Strafvordering)."
Het formulier houdt voorts onder meer het volgende in:
"Om één of meer van de volgende redenen kom ik in hoger beroep (aankruisen en invullen wat van toepassing is):
Gang van zaken ter terechtzitting:
( ) Ik ben niet bij de zitting aanwezig geweest, omdat:."
Op het formulier is het vakje voor de voorgedrukte woorden "ik ben niet bij de zitting aanwezig geweest, omdat:" aangekruist. Daaraan is handgeschreven toegevoegd: "ik er niet op de hoogte van was (verhuizing)". Dit formulier is kennelijk de door het Hof genoemde schriftelijke opgave van de verdachte.
2.3.
Art. 410, eerste lid, Sv luidt:
"De officier van justitie dient binnen veertien dagen na het instellen van hoger beroep een schriftuur, houdende grieven, in op de griffie van het gerecht dat het vonnis heeft gewezen. De verdachte kan aldaar binnen veertien dagen na de instelling van het hoger beroep een schriftuur, houdende grieven, indienen."
- Art. 416, tweede lid, Sv luidt:
"Indien de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis opgeeft, kan het door de verdachte ingestelde hoger beroep zonder onderzoek van de zaak zelf niet-ontvankelijk worden verklaard."
2.4.
De Hoge Raad heeft in HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496, NJ 2014/441, rov. 2.40 onder meer het volgende overwogen:
"Ingevolge art. 410, eerste lid, Sv dient een appelschriftuur de grieven tegen het vonnis in eerste aanleg te bevatten. In die bepaling worden geen nadere materiële eisen gesteld waaraan de appelschriftuur, die ook door de verdachte zelf kan worden ingediend, dient te voldoen (...) Daarom ligt in de rede aan de formulering van de grieven thans geen hoge eisen te stellen."
2.5.
Het Hof heeft klaarblijkelijk toepassing gegeven aan art. 416, tweede lid, Sv en daaraan ten grondslag gelegd dat "de enkele schriftelijke opgave van verdachte dat hij wegens een verhuizing niet op de hoogte was van de zitting in eerste aanleg" niet als een schriftuur houdende grieven kan worden aangemerkt. Dat oordeel geeft, gelet op hetgeen hiervoor onder 2.4 is overwogen, blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
2.6.
Het middel slaagt.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 januari 2016.