Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
2 februari 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 november 2014 in een strafzaak. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, welke zijn beoordeeld door de Hoge Raad.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad overweegt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering vereist is omdat de middelen geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Daarom wordt het cassatieberoep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken in een openbare terechtzitting op 2 februari 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waarmee het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt bevestigd.