ECLI:NL:HR:2016:165

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 februari 2016
Publicatiedatum
2 februari 2016
Zaaknummer
14/05860
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping van het cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Amsterdam

De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 november 2014 in een strafzaak. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, welke zijn beoordeeld door de Hoge Raad.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad overweegt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering vereist is omdat de middelen geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken in een openbare terechtzitting op 2 februari 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waarmee het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt bevestigd.

Uitspraak

2 februari 2016
Strafkamer
nr. S 14/05860
ARA/DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 november 2014, nummer 23/001376-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 februari 2016.