ECLI:NL:HR:2016:1604
Hoge Raad
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ontslag rechterlijk ambtenaar wegens langdurige arbeidsongeschiktheid
De Procureur-Generaal heeft bij de Hoge Raad een vordering ingediend tot ontslag van een rechterlijk ambtenaar van de Rechtbank Limburg op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid, zoals bedoeld in artikel 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra).
De Hoge Raad heeft op 4 juli 2016 het onderzoek in raadkamer ingesteld waarbij zowel de betrokkene als de president van de Rechtbank Limburg van hun recht om gehoord te worden hebben afgezien. De Procureur-Generaal heeft de vordering mondeling toegelicht.
Uit de overgelegde stukken en het onderzoek blijkt dat de betrokkene sinds meer dan twee jaar onafgebroken wegens ziekte ongeschikt is om zijn werkzaamheden te verrichten, herstel binnen zes maanden niet te verwachten is en duurzame re-integratie binnen een redelijke termijn niet mogelijk is, mede op basis van de beoordeling van het UWV.
De Hoge Raad acht de voorwaarden van artikel 46i lid 1 en artikel 46j Wrra vervuld en verleent per 1 september 2016 ontslag aan de betrokkene als rechterlijk ambtenaar. Het arrest is op 5 juli 2016 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verleent per 1 september 2016 ontslag aan de rechterlijk ambtenaar wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.