Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende).
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak die niet is overgelegd aan de Hoge Raad. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief verzocht binnen vier weken een afschrift van de bestreden uitspraak te overleggen, maar belanghebbende is hieraan niet voldaan.
Omdat geen schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof in hoger beroep of van de Rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, lid 7, Awb is overgelegd, is niet vast te stellen waarop het geschil betrekking heeft. Hierdoor is het beroep in cassatie niet ontvankelijk.
De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap, Th. Groeneveld en M.E. van Hilten op 29 januari 2016.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de bestreden uitspraak.