Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Rotterdamvan 13 januari 2016, nr. ROT 15/4611, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 19 oktober 2015.
Hoge Raad
Belanghebbende, [X] B.V., heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 13 januari 2016, betreffende het verzet tegen een eerdere uitspraak van 19 oktober 2015. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk is.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Op basis hiervan, en met toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De uitspraak is gedaan door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en is openbaar uitgesproken op 8 juli 2016.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.