ECLI:NL:HR:2016:1425

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2016
Publicatiedatum
7 juli 2016
Zaaknummer
15/05577
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 19 Wet op belastingen van rechtsverkeer
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake Wet op belastingen van rechtsverkeer

Belanghebbende, [X] B.V., stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 november 2015, waarin het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. Het geschil betrof een verzoek op grond van artikel 19 van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en beoordeelde de ingebrachte middelen. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, oordeelde de Hoge Raad dat de middelen niet tot cassatie konden leiden, omdat zij geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder achtte de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd gewezen door raadsheer C. Schaap als voorzitter, samen met raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.

Uitspraak

8 juli 2016
Nr. 15/05577
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 24 november 2015, nr. 14/01278, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 13/5850) betreffende een verzoek als bedoeld in artikel 19 van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2016.