ECLI:NL:HR:2016:137

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 2016
Publicatiedatum
28 januari 2016
Zaaknummer
15/03446
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingrechtelijke herzieningszaak

De zaak betreft een cassatieberoep van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een verzoek tot herziening van eerdere uitspraken van dat hof in belastingrechtelijke procedures.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat de voorgestelde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Het arrest werd gewezen door raadsheer C. Schaap als voorzitter, samen met raadsheren J. Wortel en M.E. van Hilten, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan kans van slagen.

Uitspraak

29 januari 2016
Nr. 15/03446
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Canada (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 23 juni 2015, nrs. 14/00445 en 14/00446, betreffende het verzoek van belanghebbende tot herziening van de uitspraken van dat Hof van 10 juni 2010, nr. 04/03717 en 4 november 2010, nr. 10/00381.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de voorgestelde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2016.