ECLI:NL:HR:2016:136

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 2016
Publicatiedatum
28 januari 2016
Zaaknummer
15/03445
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingrechtelijke bestuursrechtzaak

In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam betreffende een verzoek tot herziening van een eerdere hofuitspraak. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de voorgestelde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad heeft op basis van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), J. Wortel en M.E. van Hilten, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2016.

Deze uitspraak bevestigt de strenge toetsing van de Hoge Raad op de ontvankelijkheid van cassatieberoepen in bestuursrechtelijke belastingzaken, waarbij onvoldoende belang of niet-cassatiegeschikte middelen leiden tot niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of niet-cassatiegeschikte middelen.

Uitspraak

29 januari 2016
Nr. 15/03445
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 23 juni 2015, nr. 14/00441, betreffende het verzoek van belanghebbende tot herziening van de uitspraak van het Hof van 19 juli 2012, nr. 07/01018.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de voorgestelde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2016.