Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
5 juli 2016.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 december 2014. Het cassatieberoep betrof een strafzaak waarin medeplegen centraal stond.
Namens de verdachte heeft advocaat P.J.W. de Water een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden.
Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest is op 5 juli 2016 gewezen door de vice-president en twee raadsheren en het beroep is verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.