Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 17 december 2015, nr. AWB 15/1284, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 4 augustus 2015.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 17 december 2015. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van dit beroep beoordeeld.
De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brieven gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn gesteld voor betaling. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet voldaan en heeft belanghebbende niet gereageerd op de verzoeken om opheldering.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 24 juni 2016 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.