ECLI:NL:HR:2016:1265

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2016
Publicatiedatum
22 juni 2016
Zaaknummer
14/04595
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vermindert straf voor poging doodslag door bestuurder met opzet op politieagent

In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag op politieagent X, waarbij hij als bestuurder van een personenauto het opzet had de agent van het leven te beroven. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertien maanden.

De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met een voorstel tot strafvermindering. De Hoge Raad oordeelde dat het middel dat het opzet van de verdachte betrof, niet tot cassatie kon leiden.

Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden in de cassatiefase. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van veertien naar dertien maanden.

De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de straf en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 21 juni 2016.

Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van veertien naar dertien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

21 juni 2016
Strafkamer
nr. S 14/04595
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 augustus 2014, nummer 20/001069-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van veertien maanden.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze dertien maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 juni 2016.