ECLI:NL:HR:2016:1229

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 juni 2016
Publicatiedatum
17 juni 2016
Zaaknummer
15/01676
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:104 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens gebruik in strijd met woonbestemming

In deze zaak vordert eiser schadevergoeding van Stichting Ymere wegens het gebruik van een woning in strijd met de woonbestemming. De zaak is in eerste aanleg behandeld door de kantonrechter te Amsterdam, waarna het gerechtshof Amsterdam de uitspraak heeft bekrachtigd. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen deze arresten.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en overweegt dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering, aangezien de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van Ymere nihil zijn vastgesteld. Hiermee wordt de uitspraak van het hof bevestigd en blijft de afwijzing van de schadevergoeding in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.

Uitspraak

17 juni 2016
Eerste Kamer
15/01676
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. E.H. van Staden ten Brink,
t e g e n
de stichting STICHTING YMERE,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Ymere.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak CV 12-4047 van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 18 april 2012 en 7 november 2012;
b. de arresten in de zaak 200.123.663/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 september 2013 en 23 december 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Ymere is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft op 22 april 2016 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ymere begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
17 juni 2016.