ECLI:NL:HR:2016:1227

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 juni 2016
Publicatiedatum
16 juni 2016
Zaaknummer
16/02218
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak niet-ontvankelijk

Belanghebbenden hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze uitspraak betrof het verzet tegen een eerdere uitspraak op hoger beroep, waarbij het beroep niet-ontvankelijk was verklaard wegens ontbreken van het procesbelang.

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Hieruit volgt dat de Hoge Raad alleen kennis kan nemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad ziet geen gronden voor het opleggen van proceskosten aan partijen. Het arrest is op 17 juni 2016 in het openbaar uitgesproken en ondertekend door raadsheer Th. Groeneveld vanwege verhindering van de voorzitter.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke basis voor cassatie tegen uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitspraak

17 juni 2016
Nr. 16/02218
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X1] en [X2]te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State(hierna: de Afdeling bestuursrechtspraak) van 20 januari 2016, nr. 201502484/3/A4, op het verzet van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 10 augustus 2015, nr. 201502484/2/A4, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van Rechtbank Gelderland (nr. 14/6765) waarbij het beroep niet-ontvankelijk is verklaard wegens ontbreken van het procesbelang.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2016.
De voorzitter is verhinderd het arrest te ondertekenen. In verband daarmee is het arrest ondertekend door mr. Th. Groenveld.