Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te San Bernardino, Chili,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 juni 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag welk recht van toepassing is op onrechtmatig handelen van een bestuurder van een vennootschap, waarbij de Hoge Raad moest bepalen of dit recht wordt bepaald volgens art. 10:119 BW Pro (oud art. 3 Wet Pro conflictenrecht corporaties) of art. 4 lid 3 van Pro de Rome II-verordening.
De procedure begon bij de rechtbank Utrecht met meerdere vonnissen en vervolgde bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 21 oktober 2014 arrest wees. Tegen dit arrest stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Verweerder, de vennootschap naar Chileens recht, was in cassatie verstek gebleven.
De Hoge Raad overwoog dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en dat het niet nodig was om de rechtsvragen nader te motiveren omdat deze niet van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere beslissingen en wees het cassatieberoep af.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2016. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil werden begroot aan de zijde van verweerder.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.