Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Slotsom
6.Beslissing
5 januari 2016.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter te Maastricht, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet. De aanvraag berustte op de stelling dat niet de aanvrager, maar zijn tweelingbroer de feiten had gepleegd, hetgeen een gegeven als bedoeld in art. 457 Sv Pro oplevert.
Naar aanleiding van de aanvraag voerde de politie Limburg een onderzoek uit, waaruit bleek dat de persoon die op 1 augustus 2014 was aangehouden en verdacht werd van handel in harddrugs, niet de aanvrager was, maar diens tweelingbroer. Dit proces-verbaal ondersteunde het vermoeden van persoonsverwisseling.
De Hoge Raad oordeelde dat dit gegeven, dat bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend was, het ernstige vermoeden wekt dat de aanvrager anders zou zijn beoordeeld, mogelijk tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging. Daarom verklaarde de Hoge Raad de aanvraag gegrond, beval de opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Aanvraag tot herziening gegrond verklaard wegens persoonsverwisseling; zaak verwezen naar gerechtshof voor nieuwe berechting.