Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
14 april 2015.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Namens verdachte diende mr. A.R. Kellermann schrifturen in. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 80a RO en na overleg met de Procureur-Generaal werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 14 april 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en onvoldoende gronden.