Uitspraak
1.Geding in cassatie
2 Beoordeling van de middelen
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
7 april 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de opgelegde straf en tot vermindering daarvan.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging kunnen leiden, maar constateert dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden. Dit leidt ambtshalve tot strafvermindering.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze van achttien naar zeventien maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en is uitgesproken in openbare terechtzitting op 7 april 2015.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt ambtshalve verminderd van achttien naar zeventien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.