Uitspraak
thans verblijvende in de penitentiaire inrichting te Nieuwegein,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
3 april 2015.
Hoge Raad
In deze zaak betrof het cassatieberoep een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland in een faillissementsprocedure. Verzoeker, verblijvend in een penitentiaire inrichting, was veroordeeld wegens het niet geven van inlichtingen in het kader van het faillissement. De rechtbank had een bevel tot afgifte van het paspoort gegeven en andere maatregelen getroffen.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere stukken en beschikkingen van de rechtbank en de rechter-commissaris. Het cassatieberoep is ingesteld tegen de beschikking van 20 november 2014, maar de Hoge Raad stelt vast dat de klachten van verzoeker niet leiden tot cassatie. De conclusie van de Advocaat-Generaal was tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgt dit advies.
De Hoge Raad heeft de reactie van verzoeker buiten behandeling gelaten omdat deze niet door een advocaat was opgesteld en te laat was ingediend. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de Rechterlijke Organisatie is geen nadere motivering nodig. De beschikking is op 3 april 2015 in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot namens de kamer onder voorzitterschap van A.M.J. van Buchem-Spapens.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.