ECLI:NL:HR:2015:840

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 april 2015
Publicatiedatum
3 april 2015
Zaaknummer
14/05985
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 194 lid 1 SrArt. 105 FwArt. 87 FwArt. 91 Fw
Verwijzingen
10 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in faillissementszaak wegens niet verstrekken inlichtingen

In deze zaak betrof het cassatieberoep een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland in een faillissementsprocedure. Verzoeker, verblijvend in een penitentiaire inrichting, was veroordeeld wegens het niet geven van inlichtingen in het kader van het faillissement. De rechtbank had een bevel tot afgifte van het paspoort gegeven en andere maatregelen getroffen.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere stukken en beschikkingen van de rechtbank en de rechter-commissaris. Het cassatieberoep is ingesteld tegen de beschikking van 20 november 2014, maar de Hoge Raad stelt vast dat de klachten van verzoeker niet leiden tot cassatie. De conclusie van de Advocaat-Generaal was tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgt dit advies.

De Hoge Raad heeft de reactie van verzoeker buiten behandeling gelaten omdat deze niet door een advocaat was opgesteld en te laat was ingediend. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de Rechterlijke Organisatie is geen nadere motivering nodig. De beschikking is op 3 april 2015 in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot namens de kamer onder voorzitterschap van A.M.J. van Buchem-Spapens.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.

Uitspraak

3 april 2015
Eerste Kamer
14/05985
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
thans verblijvende in de penitentiaire inrichting te Nieuwegein,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het bevel in de zaak C/16/13/759 F van de rechter-commissaris in de Rechtbank Midden-Nederland van 9 oktober 2014;
b. de beschikking in de zaak 13/759 F van de rechtbank Midden-Nederland van 20 november 2014.
De beschikking van 20 november 2014 is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 5 maart 2015 op die conclusie gereageerd. Bij brief van 9 maart 2015 heeft die advocaat een reactie op die conclusie van [verzoeker] zelf ingediend. Laatstgenoemde reactie heeft de Hoge Raad terzijde gelegd zowel omdat zij niet is opgesteld door een advocaat, als buiten de termijn van art. 44 lid 3 Rv Pro is ingediend.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
3 april 2015.