ECLI:NL:HR:2015:82

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 januari 2015
Publicatiedatum
15 januari 2015
Zaaknummer
14/05557
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 lid 2 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in een zaak over de afwijzing van een verzoek tot vergoeding van proceskosten. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

Uit de procedure bleek dat het beroepschrift niet binnen de in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn van zes weken was ingediend. Ook was het niet tijdig in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb. Belanghebbende kreeg de gelegenheid om redenen voor de termijnoverschrijding aan te voeren, maar deze werden niet geaccepteerd.

De Hoge Raad oordeelde daarom dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. Het arrest werd uitgesproken op 16 januari 2015 door de raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

16 januari 2015
Nr. 14/05557
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 10 september 2014, nr. 13/00314, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. AWB 13/131) betreffende de afwijzing van het verzoek tot vergoeding van proceskosten.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Blijkens een door de griffier van het Gerechtshof Amsterdam op de uitspraak van het Hof gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 17 september 2014.
Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 6 november 2014 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.
Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb Pro gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 29 oktober 2014. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 10 november 2014 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 12 november 2014 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Gelet op het hiervoor overwogene moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2015.