Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
31 maart 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over witwassen van geldbedragen tussen Nederland, Liechtenstein en Duitsland in 2009.
De verdediging verzocht het hof om aanhouding van de behandeling om nieuwe stukken, verkregen via een rechtshulpverzoek aan Liechtenstein, te bestuderen. Het hof wees dit verzoek af met het argument dat deze stukken niet relevant waren en dat de verdediging al voldoende gelegenheid had gehad het dossier in te zien.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de stukken niet van belang zijn en dat de verdediging geen extra gelegenheid nodig heeft om deze te bestuderen. Dit is in strijd met het recht op een behoorlijke verdediging.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep, waarbij de verdediging voldoende gelegenheid moet krijgen om de stukken te bestuderen en te betrekken bij haar verdediging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.