Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
17 maart 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door klager tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, betreffende een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering.
Namens klager heeft mr. E.A. Blok een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Dit oordeel is genomen op grond van artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarbij geen nadere motivering vereist is omdat het middel geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft daarom het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, samen met raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, tijdens een openbare terechtzitting op 17 maart 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank bevestigd.