Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
10 maart 2015.
Hoge Raad
In deze zaak is het beroep in cassatie ingesteld door verdachte tegen een verstekarrest van het Gerechtshof Amsterdam. De kern van het cassatiemiddel betrof de nietigheid van de dagvaarding in hoger beroep, omdat niet was aangetoond dat deze overeenkomstig artikel 588, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering naar het adres van verdachte in België was verzonden.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest en tot nietigverklaring van de dagvaarding. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat het hof ten onrechte de dagvaarding niet nietig had verklaard. Hierdoor kon het bestreden arrest niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verklaarde de dagvaarding in hoger beroep nietig. Dit arrest werd gewezen door de raadsheren Splinter-van Kan (voorzitter), Jörg en van den Brink, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting op 10 maart 2015.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig wegens niet-verzending naar het adres van verdachte in België.