Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
10 maart 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het voorhanden hebben van een personenauto waarvan hij wist dat deze door misdrijf was verkregen. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op verklaringen van de benadeelde, politieverslagen en de eigen verklaring van verdachte. Verdachte stelde dat hij de auto alleen gebruikte om te tanken en deze zou terugbrengen aan een derde, maar kon dit niet nader onderbouwen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat verdachte wist dat de auto gestolen was. De bewezenverklaring dat verdachte dit wist, kan niet zonder meer uit de bewijsmiddelen worden afgeleid. Het hof heeft de verklaring van verdachte niet geloofwaardig geacht, maar heeft dit oordeel onvoldoende onderbouwd.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep op basis van de bestaande stukken. Het tweede middel behoeft geen bespreking. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.