Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
3 maart 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 februari 2013. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie ingediend, die zijn beoordeeld door de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die relevant zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom is het beroep verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 3 maart 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het hofarrest blijft in stand.