ECLI:NL:HR:2015:480

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 februari 2015
Publicatiedatum
26 februari 2015
Zaaknummer
14/03790
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak 2003

Belanghebbende, woonachtig te Roermond, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 juli 2014. Deze uitspraak betrof het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2003.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid. De Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest werd uitgesproken op 27 februari 2015 door de vice-president Overgaauw en raadsheren van Loon en van Kalmthout.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

27 februari 2015
Nr. 14/03790
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Duitsland, domicilie gekozen hebbende te Roermond, (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof 's-Hertogenboschvan 18 juli 2014, nr. 13/00645, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 09/05569) betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2003 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2015.