Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 januari 2015.
Hoge Raad
De verdachte, geboren in 1993, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 2 december 2013. Namens verdachte heeft mr. G. Spong een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman van verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad beoordeelt het middel en oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad besluit het beroep te verwerpen. Het arrest is gewezen door raadsheer J. de Hullu als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 13 januari 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen door de Hoge Raad.