Belanghebbende, een vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag waarin zij niet-ontvankelijk werd verklaard in haar beroep tegen een beschikking op grond van artikel 7, lid 2, letter b, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarnaast heeft de Hoge Raad overwogen dat er geen aanleiding was voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 20 februari 2015.