Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
22 december 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 juni 2014 in een strafzaak. De raadsman van de verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, die zijn beoordeeld door de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft de middelen onderzocht en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist, omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Op 22 december 2015 heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof bekrachtigd. Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren de Savornin Lohman en Buruma, in aanwezigheid van de waarnemend griffier ten Klooster.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof wordt bekrachtigd.