Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Amsterdam,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
- i) De FIOD-ECD heeft in 2007 [verweerder] als getuige gehoord in het kader van een justitieel onderzoek naar [betrokkene 1] . Laatstgenoemde werd verdacht van faillissementsfraude. [verweerder] was gedurende een deel van de periode waarin deze fraude zich zou hebben afgespeeld werkzaam als
- ii) In 2008 heeft [verweerder] van een opsporingsambtenaar van de FIOD-ECD vernomen dat de officier van justitie had besloten hem aan te merken als verdachte in het lopende justitiële onderzoek naar de vermeende faillissements-fraude.
- iii) In september 2010 is onder redactie van financieel journalist [eiser 1] een artikel in NRC Handelsblad verschenen onder de kop “Nieuwe verdachte in fraudezaak RDM”. In dit artikel is, voor zover in cassatie van belang, de volgende passage opgenomen:
- iv) In oktober 2010 heeft [eiser 1] , die toen bezig was met het schrijven van een biografie over [betrokkene 1] , telefonisch contact opgenomen met [verweerder] . Deze heeft in dit telefoongesprek tegenover [eiser 1] , die zich voorstelde als een journalist van NRC Handelsblad, ontkend dat hij degene was naar wie [eiser 1] op zoek was. Diezelfde maand heeft [eiser 1] contact gezocht met de advocaat die [verweerder] in de strafzaak bijstond. Die advocaat heeft laten weten dat zij niet (inhoudelijk) wilde ingaan op vragen van [eiser 1] .
- v) In een door [eiser 1] geschreven en door Uitgeverij Prometheus B.V. (hierna: Prometheus) uitgegeven biografie over [betrokkene 1] met de titel “JOEP! Van held tot hoofdverdachte” wordt [verweerder] in vier passages met naam en toenaam genoemd.
- vi) In het decembernummer van 2010 van het door (toen nog Hachette, thans) Hearst Magazines uitgegeven maandblad Quote is een artikel verschenen van de hand van [eiser 1] , met als titel “JOEP BESMEURD HAVENGELD”, waarin onder meer het volgende is opgenomen:
- vii) In februari 2011 heeft [verweerder] tegen [eiser 1] , tegen Prometheus en tegen de hoofdredacteuren van Quote een klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek. Deze klacht hield in dat zijn privacy is geschonden door het vermelden van zijn volledige naam in de hiervoor geciteerde publicaties waarin hij is aangeduid als ‘verdachte’.
- viii) In het aprilnummer van 2011 van Quote, in de rubriek “Tot mij wendde zich”, heeft Quote, onder de kop “SCHANDE” en geïllustreerd met een foto van een huilende baby, als volgt op de tegen haar ingediende klacht gereageerd:
4.Beslissing
18 december 2015