Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
15 december 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een bijtincident op 18 juni 2013 te Scheveningen waarbij een Amerikaanse Staffordshire teef, Annie, onder hoede van verdachte, een Chihuahua genaamd Loekie meerdere malen heeft gebeten, wat leidde tot het overlijden van Loekie.
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij onvoldoende zorg droeg voor het onschadelijk houden van een gevaarlijk dier in de zin van artikel 425 Sr Pro. Het hof oordeelde dat Annie reeds vóór het incident als gevaarlijk moest worden beschouwd, mede gelet op haar verleden van mishandeling, verwaarlozing en mentaal onzeker gedrag, en het opvallend opgefokte gedrag kort voor het incident.
De Hoge Raad bevestigt dat een hond niet eerst als gevaarlijk hoeft te zijn aangemerkt na eerdere bijtincidenten, maar ook op basis van andere feiten en omstandigheden kan worden beschouwd als gevaarlijk. Het hof heeft dit oordeel voldoende gemotiveerd en het beroep van verdachte wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de hond Annie als gevaarlijk dier in de zin van artikel 425 Sr moet worden aangemerkt en verwerpt het cassatieberoep van verdachte.