Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
Den Haag van 3 december 2014.
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
11 december 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond een geschil over alimentatie centraal binnen het personen- en familierecht. De vrouw had beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag die het verzoek tot nihilstelling van alimentatie toewijst. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de rechtbank en het hof voor het gedingverloop in feitelijke instanties.
De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat deze geen nadere motivering behoeven, omdat zij geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad wijst het beroep van de vrouw af en bevestigt daarmee de beslissing van het hof. De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Snijders en Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof blijft in stand.