ECLI:NL:HR:2015:3546

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2015
Publicatiedatum
10 december 2015
Zaaknummer
15/01704
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 8:55 lid 7 onderdelen a en b Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak motorrijtuigenbelasting

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag waarin het verzet tegen acht naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting en bijbehorende boetebeschikkingen werd behandeld. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is, waarbij werd gekeken naar de toepasselijke wettelijke bepalingen.

Volgens artikel 28, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter op verzet zoals bedoeld in artikel 8:55, lid 7, onderdelen a en b, van de Algemene wet bestuursrecht. In deze zaak strekt het verzet tot gegrondverklaring, waarvoor geen cassatiemogelijkheid bestaat.

Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens zijn er geen gronden voor een proceskostenveroordeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan wettelijke grondslag.

Uitspraak

11 december 2015
Nr. 15/01704
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
Stichting [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 17 februari 2015, nrs. SGR 14/2418, SGR 14/2421, SGR 14/2423 tot en met SGR 14/2425, SGR 14/2461, SGR 14/2464 en SGR 14/2466, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van Rechtbank betreffende acht naheffingsaanslagen in de motorrijtuigenbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikkingen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 28, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter op verzet als bedoeld in artikel 8:55, lid 7, onderdelen a en b, van de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de bestuursrechter als de onderhavige, welke strekt tot gegrondverklaring van het gedane verzet. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2015.