Uitspraak
1.De procedure
2.De ontvankelijkheid van het verzoek
3.Beslissing
20 november 2015.
Hoge Raad
Verzoeker heeft in een cassatieprocedure bij de Hoge Raad een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren die het arrest in de hoofdzaak hebben gewezen. Dit verzoek werd ingediend nadat de uitspraak in de hoofdzaak al op 30 oktober 2015 openbaar was gedaan.
De Hoge Raad overweegt dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat in de hoofdzaak uitspraak is gedaan. Daarom is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De beslissing is genomen door de Vierde kamer van de Hoge Raad en is op 20 november 2015 in het openbaar uitgesproken. De raadsheren tegen wie het wrakingsverzoek was gericht, waren C. Schaap, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het na uitspraak in hoofdzaak is ingediend.