ECLI:NL:HR:2015:3301

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2015
Publicatiedatum
12 november 2015
Zaaknummer
15/03156
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging WSNP zonder schone lei wegens schending informatie- en afdrachtverplichting

De zaak betreft een verzoeker die in de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) zat en tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag in cassatie ging. Het geschil draait om de beëindiging van de WSNP zonder het verlenen van een schone lei, omdat de verzoeker zijn informatie- en afdrachtverplichtingen niet correct zou zijn nagekomen.

De rechtbank Rotterdam had eerder een vonnis gewezen, gevolgd door het arrest van het hof dat de beëindiging van de WSNP zonder schone lei bevestigde. De verzoeker stelde in cassatie meerdere klachten aan het oordeel van het hof, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot cassatie konden leiden.

De Hoge Raad verwees naar artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO) en stelde dat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de WSNP wordt beëindigd zonder schone lei wegens schending van informatie- en afdrachtverplichtingen.

Uitspraak

13 november 2015
Eerste Kamer
15/03156
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] .

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/11/12/100 R van de rechtbank Rotterdam van 13 mei 2015;
b. het arrest in de zaak 200.169.999/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 juli 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 29 september 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
13 november 2015.