Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
10 november 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 oktober 2014. Namens verdachte heeft mr. E.D. van Elst middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat, gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering vereist is omdat de middelen geen rechtsvragen bevatten die in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoord moeten worden.
Daarom wordt het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof in stand gelaten. Het arrest is gewezen door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 10 november 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.