Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beslissing
6 november 2015.
Hoge Raad
Verzoeker heeft op 1 juni 2015 een verzoek tot cassatie ingediend bij de Hoge Raad. Volgens artikel 426a lid 1 Rv moet een verzoekschrift tot cassatie ondertekend zijn door een advocaat die is toegelaten tot de Hoge Raad. Het ingediende verzoekschrift voldeed hier niet aan omdat het niet was ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad wijst erop dat dit verzuim hersteld kan worden door het verzoekschrift binnen twee weken na ontvangst opnieuw in te dienen, ditmaal wel ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Verzoeker heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Daarom verklaart de Hoge Raad verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep tot cassatie. De beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot op 6 november 2015.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken handtekening advocaat bij Hoge Raad.