Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede en het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
3 november 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een verstekarrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een gevangenisstraf van veertig weken werd opgelegd. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest voor wat betreft de duur van de straf en tot vermindering daarvan, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad beoordeelde dat het eerste middel niet tot cassatie kon leiden en dat het tweede en derde middel terecht waren voorgesteld vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, zowel in hoger beroep als in de cassatiefase, doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden.
Omwille van doelmatigheid besloot de Hoge Raad de zaak zelf af te doen en de straf te verminderen van veertig naar vijfendertig weken gevangenisstraf. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Er waren geen andere gronden voor vernietiging van het arrest aanwezig.
De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 3 november 2015.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van veertig naar vijfendertig weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.