ECLI:NL:HR:2015:3194

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 oktober 2015
Publicatiedatum
30 oktober 2015
Zaaknummer
14/05185
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:83 onder c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest hof over concurrentiebeding zonder ingebrekestelling

In deze zaak heeft Steil Beheer B.V. cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin een geschil over de toepassing van een concurrentiebeding centraal stond. De kern van het geschil betrof het ontbreken van een ingebrekestelling in verband met de handhaving van het concurrentiebeding.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Groningen en het arrest van het hof, en behandelt in cassatie de aangevoerde klachten van Steil. De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het cassatieberoep moet worden verworpen op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro, omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.

De Hoge Raad volgt deze conclusie en wijst het beroep af, bevestigt daarmee het arrest van het hof en veroordeelt Steil in de kosten van het cassatiegeding. Nada Beheer B.V. is in cassatie verstek verleend en heeft geen kosten opgelegd gekregen.

Deze uitspraak benadrukt de noodzaak van een ingebrekestelling bij de handhaving van een concurrentiebeding en bevestigt de rechtsgeldigheid van het hofarrest in deze context.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Steil wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt bekrachtigd.

Uitspraak

30 oktober 2015
Eerste Kamer
14/05185
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STEIL BEHEER B.V.,
gevestigd te Groningen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
NADA BEHEER B.V.,
gevestigd te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Steil en Nada.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 128384 / HA ZA 11-591 van de rechtbank Groningen van 12 oktober 2011 en 4 april 2012 (hersteld bij vonnis van 6 juni 2012);
b. het arrest in de zaak 200.114.114/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 juni 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Steil beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Nada is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van Steil heeft bij brief van 25 september 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Steil in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nada begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
30 oktober 2015.