ECLI:NL:HR:2015:3164

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 oktober 2015
Publicatiedatum
27 oktober 2015
Zaaknummer
13/01879
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 511h Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen

Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Echter zijn namens betrokkene geen middelen van cassatie tijdig ingediend door een raadsman bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in het beroep.

De Hoge Raad oordeelt dat het niet tijdig indienen van middelen van cassatie in strijd is met de wettelijke voorschriften, met name art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan betrokkene niet worden ontvangen in het beroep.

De Hoge Raad verklaart betrokkene daarom niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en wijst het beroep af. Dit arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, uitgesproken in openbare terechtzitting.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Uitspraak

27 oktober 2015
Strafkamer
nr. S 13/01879 P
ABO/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 5 april 2013, nummer 21/000133-11, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h van het Wetboek van Strafvordering, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 oktober 2015.