ECLI:NL:HR:2015:3089

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 oktober 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
15/03544
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatieAlgemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in geschil over kinderopvangtoeslag

Belanghebbenden hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland inzake het verzet tegen een beschikking kinderopvangtoeslag. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Volgens artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de administratieve rechter indien dit bij wet is bepaald.

In deze zaak ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de rechtbank in geschillen betreffende besluiten op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR). Daarom is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft tevens geoordeeld dat er geen aanleiding is om proceskosten toe te wijzen.

Het arrest is gewezen door raadsheren Schaap, Groeneveld en Van Hilten, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2015. Het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbenden terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

16 oktober 2015
Nr. 15/03544
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X1] en [X2]te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Midden-Nederlandvan 22 juni 2015, nr. UTR 14/6406-V, op het verzet van [X2] tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende een beschikking Kinderopvangtoeslag.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtbank die is gedaan in een geschil betreffende een besluit als de onderhavige ingevolge de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR). Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2015.
Het door belanghebbenden als griffierecht betaalde bedrag van € 123 wordt door de Griffier van de Hoge Raad aan belanghebbenden teruggegeven.