Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 oktober 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 februari 2014 in een strafzaak. De verdediging heeft een middel van cassatie voorgesteld via haar advocaat.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Dit oordeel is genomen op grond van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, waarbij geen nadere motivering noodzakelijk is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 13 oktober 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, waardoor het arrest van het Gerechtshof Den Haag in stand blijft.