ECLI:NL:HR:2015:306

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2015
Publicatiedatum
13 februari 2015
Zaaknummer
14/00820
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 42 Fw
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep in cassatie inzake faillissementspauliana en cessie

In deze zaak stond de vordering van de curator tot vernietiging van een cessie op grond van artikel 42 van Pro de Faillissementswet centraal. Eiseres stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarin het hof haar vordering had afgewezen.

De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en arresten van de rechtbank en het hof, waarin het geschil over de faillissementspauliana en de bewijsvoering uitvoerig was behandeld. De klachten van eiseres richtten zich onder meer tegen het bewijsaanbod en de stelplicht, maar deze werden door de Hoge Raad niet ontvankelijk verklaard voor cassatie omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen en onderstreept het belang van de stelplicht en de beperkingen van cassatie in dergelijke faillissementszaken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

13 februari 2015
Eerste Kamer
nr. 14/00820
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.J.F. Gonesh,
t e g e n
mr. M.W. STEENPOORTE,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Prime Wood B.V., handelende onder de naam Intervak,
kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de curator.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 227162/HA ZA 11-416 van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 22 februari 2012, 13 juni 2012 en 5 september 2012;
b. de arresten in de zaak HD 200.115.701/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 januari 2013 en 13 augustus 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 13 augustus 2013 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de curator is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
13 februari 2015.