Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Utrecht,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 februari 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag of een werkgever mocht aannemen dat werknemers stilzwijgend instemden met een salary-freeze, een loonbevriezing die afweek van de geldende collectieve arbeidsovereenkomst (CAO).
De zaak betrof een geschil tussen een werkgever en de vakbond FNV over de rechtsgeldigheid van de salary-freeze. De lagere instanties, waaronder de kantonrechter en het gerechtshof Amsterdam, hadden reeds uitspraken gedaan die aan dit arrest gehecht zijn.
De Hoge Raad bevestigde dat het enkel niet protesteren door werknemers niet kan worden gezien als een bewuste instemming met een afwijkende loonmaatregel. Het cassatieberoep van de werkgever werd verworpen. Hiermee is bevestigd dat een werkgever niet zonder meer mag uitgaan van stilzwijgende instemming bij afwijkingen van de CAO.
De Hoge Raad veroordeelde de eiseres tot betaling van de kosten van het cassatieproces. Dit arrest draagt bij aan de rechtsontwikkeling omtrent de toepassing van CAO-afwijkingen en de rechten van werknemers bij loonmaatregelen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werkgever wordt verworpen; stilzwijgend niet protesteren betekent geen instemming met salary-freeze.