ECLI:NL:HR:2015:3016

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2015
Publicatiedatum
8 oktober 2015
Zaaknummer
15/02876
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 8a Wet BopzArt. 15 Wet Bopz
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot cassatie inzake machtiging voortgezet verblijf op grond van de Wet Bopz

In deze zaak heeft betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag betreffende de machtiging tot voortgezet verblijf op grond van artikel 15 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).

De centrale vraag betrof of na toepassing van artikel 8a Wet Bopz, die niet leidt tot een gewijzigd verzoek, een nieuw onderzoek door een onafhankelijke arts moet plaatsvinden. De rechtbank had hierover een beschikking gegeven, welke aan de Hoge Raad ter beoordeling werd voorgelegd.

De Hoge Raad verwijst naar de beschikking van de rechtbank en de conclusie van de Advocaat-Generaal, die tot verwerping van het cassatieberoep strekte. De klachten van betrokkene konden niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep van betrokkene verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren van Buchem-Spapens, Streefkerk, Snijders en de raadsheer de Groot in het openbaar op 9 oktober 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.

Uitspraak

9 oktober 2015
Eerste Kamer
15/02876
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[betrokkene] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
OFFICIER VAN JUSTITIE,
zetelende te ’s-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/482437/FA RK 15-906 van de rechtbank Den Haag van 26 maart 2015.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 28 augustus 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
9 oktober 2015.